
Jurisprudentie
AR7968
Datum uitspraak2004-12-16
Datum gepubliceerd2004-12-22
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening+bodemzaak
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200409164/1 en 200409164/2
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2004-12-22
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening+bodemzaak
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200409164/1 en 200409164/2
Statusgepubliceerd
Indicatie
Bij besluit van 24 september 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen (hierna: het college) voorzover hier van belang bestuursdwang aangezegd terzake van een illegaal geplaatste salonwagen en tuinhuisjes.
Uitspraak
200409164/1 en 200409164/2.
Datum uitspraak: 16 december 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het hoger beroep van:
[appellanten], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht van 30 september 2004 in het geding tussen:
appellanten
en
het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen.
1. Procesverloop
Bij besluit van 24 september 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen (hierna: het college) voorzover hier van belang bestuursdwang aangezegd terzake van een illegaal geplaatste salonwagen en tuinhuisjes.
Bij besluit van 18 juni 2004 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 30 september 2004, verzonden op 8 oktober 2004, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 10 november 2004, bij de Raad van State ingekomen op 11 november 2004, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
Bij brief van 19 november 2004, bij de Raad van State ingekomen op 22 november 2004, hebben appellanten de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 december 2004, waar [naam een der appellanten] in persoon, bijgestaan door mr. H.P. Verheyen, advocaat te Utrecht, en het college, vertegenwoordigd door N.J.M. Röling en M.M. Eersel, ambtenaren der gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Zowel de salonwagen, die ten tijde van de beslissing op bezwaar al bijna een jaar ter plaatse aanwezig was, als de tuinhuisjes/tuinkasten, ten aanzien waarvan ter zitting is gebleken dat in één ervan een toiletvoorziening aanwezig is, moeten, gelet op de afmetingen en de functie ter plaatse als gebouwen, waarvoor een bouwvergunning is vereist, worden aangemerkt. De rechtbank heeft met het college terecht geoordeeld, dat gebouwen als deze ingevolge de ter plaatse geldende bestemming "Agrarische doeleinden" niet zijn toegelaten. Van een concreet zicht op legalisatie is geen sprake. Voor de salonwagen is geen verzoek om bouwvergunning ingediend. Voor de tuinkasten wel. Het college is niet tot legalisatie bereid. Het enkele feit dat na verlening van een vrijstelling op grond van artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening juncto artikel 20 van het Besluit op de Ruimtelijke Ordening 1985 legalisatie mogelijk zou kunnen zijn, betekent overigens ook nog niet dat van een concreet zicht op legalisatie kan worden gesproken.
2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de voorzieningenrechter komt voor bevestiging in aanmerking.
2.3. Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat evenmin aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van Staat.
w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Schortinghuis
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 16 december 2004
66.

